Rapport

In het rapport wordt verslag gedaan van de afzonderlijke deelonderzoeken van de gedragsdeskundigen en worden de vragen van de opdrachtgever beantwoord.

Het gaat daarbij over de volgende vragen:

  • Lijdt de onderzochte aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens?
  • Hoe was dit ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde?
  • Be├»nvloedde de eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens de keuzes en het gedrag van de onderzochte ten tijde van het ten laste gelegde?
  • Zo ja, op welke manier en in welke mate? Welke conclusie over het toerekenen is op grond hiervan te adviseren?
  • Welke factoren voortkomend uit de stoornis van onderzochte kunnen van belang zijn voor de kans op herhaling?
  • Welke behandeladvies in een strafrechtelijk kader wordt geadviseerd met als doel de kans op herhaling te voorkomen?

Medewerking

Van de verdachten die naar het PBC worden verwezen, werkt een deel niet mee aan het onderzoek. Vaak kan het PBC dan alsnog een rapportage opleveren. De observandus laat, ondanks de weigering, vaak veel zien in termen van gedrag. Op deze manier krijgen de onderzoekers alsnog een goed beeld. Ook dossieronderzoek, milieuonderzoek en observatie bieden dan informatie voor het beantwoorden van (een deel van) de vragen van de opdrachtgever.

Moeilijk onderzoekbaren

Het PBC werkt doorlopend aan het verhogen van de onderzoeksopbrengst. In 2017 is in dit kader een proef gestart met een aparte afdeling voor moeilijk onderzoekbaren. Op deze afdeling wordt een aangepaste, intensievere benadering van de observandus getest. De observandus wordt nog nadrukkelijker uitgenodigd deel te nemen aan het dagprogramma. Onttrekken aan het onderzoek wordt lastiger. Als de aanpak resultaat oplevert, gaat het onderdeel uitmaken van de standaard werkwijze binnen het PBC.