Veelgestelde vragen

Het NIFP krijgt regelmatig vragen over het Pieter Baan Centrum.

De meest voorkomende vragen worden hieronder beantwoord.

  • Rondleidingen worden alleen gegeven aan vakinhoudelijk gerelateerde groepen, zoals beroepsverenigingen. Er is plaats voor 15 mensen per rondleiding en deze duren meestal een dagdeel. GeĆÆnteresseerden moeten schriftelijk een verzoek met een goed onderbouwde motivatie indienen via e-mail: nifp@dji.minjus.nl.

  • Behalve het PBC is er een speciale observatieafdeling voor jongeren in de justitiĆ«le jeugdinrichting Teylingereind. Maar niet alleen het PBC en Teylingereind doen onderzoek naar toerekeningsvatbaarheid van verdachten. Jaarlijks wordt in ruim vijfduizend strafzaken pro Justitia-onderzoek gedaan. Meestal zijn dit ambulante onderzoeken die plaatsvinden in de Huizen van Bewaring. Slechts in ruim tweehonderd zaken wordt klinische observatie verricht.

  • Het PBC is een onderzoekskliniek, waar de observandus 6 weken (incidenteel langer) verblijft. Het PBC is geen tbs-kliniek. Dit betekent dat de mensen die in het PBC zijn opgenomen de dagelijks noodzakelijke medische en psychiatrische zorg krijgen. Er wordt echter geen langdurige behandeling gegeven die gericht is op het tot stand brengen van veranderingen in de persoonlijkheid of het aanleren van vaardigheden, zoals wel gebeurt in de tbs-klinieken.

  • Nee, dit kan alleen de rechter doen. Het PBC geeft de rechter advies over de mate waarin het delict de verdachte kan worden toegerekend en over een eventueel op te leggen behandeling. Het opleggen van terbeschikkingstelling kan worden geadviseerd als het delict de verdachte (sterk) verminderd of helemaal niet kan worden toegerekend, het delict een misdrijf is waarop een gevangenisstraf van minimaal 4 jaar staat (artikel 37a Sr) en de veiligheid van de maatschappij deze maatregel eist. De rechter neemt de adviezen van het PBC in 80 tot 90 procent van de gevallen over.

  • De term 'gedragsobservatie' houdt in dat de verdachte samen met medegedetineerden en ervaren groepsleiders het dagprogramma volgt. Net als in elk huis van bewaring omvat het dagprogramma activiteiten als sport, arbeid, luchten en recreatie. In het PBC zitten de onderzochten relatief weinig ingesloten op cel. De groepsleiders bieden een veilige omgeving waarin zij de onderzochte zo goed als mogelijk leren kennen binnen de dagelijkse gang van zaken.

  • Ja. Het PBC probeert in alle gevallen haar onderzoek in volle omvang uit te voeren. Ook bij mensen die niet meewerken, leveren wij rapportages op waarin wij zo veel mogelijk vragen van de rechter beantwoorden.

  • Het PBC houdt zich buiten de bewijsvoering. Het beperkt zich tot het voorlichten van de verschillende partijen in de strafzaak en neemt een onafhankelijke positie in. Dit betekent dat er nadrukkelijk afstand wordt genomen van eventuele processuele belangen van partijen of van anderen die belang hebben bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek.

  • Als een delict is gepleegd onder invloed van middelen, zoals alcohol of drugs, dan is dat op zich nog geen reden om het delict in verminderde mate toe te rekenen. In de Nederlandse rechtspraak wordt aangenomen dat degene die alcohol of drugs neemt in beginsel toerekeningsvatbaar is voor de eventuele gevolgen hiervan, omdat hij het aan zichzelf te wijten heeft dat hij onder invloed van deze middelen is geraakt. Een uitzondering is de situatie waarin een verdachte als gevolg van een psychische stoornis afhankelijk is geworden van alcohol of drugs.

  • Een verdachte kan belang hebben bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek pro Justitia. Dit kan een reden zijn om een stoornis te simuleren of juist te verbergen. In het PBC kijken gedragsdeskundigen met klinische ervaring daarom niet alleen kritisch naar de klachten van de verdachte maar ook naar de wijze waarop deze klachten worden gepresenteerd. Bovendien vindt er een testpsychologisch onderzoek plaats. Gekeken wordt of wat de verdachte al dan niet presenteert, wordt ondersteund door de resultaten van dit testonderzoek. Uit het milieuonderzoek of het strafdossier kan blijken of er eerder aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van een stoornis. De relatief lange duur en de intensiteit van het onderzoek in het PBC zijn een goede garantie tegen het simuleren of verbergen van pathologie.

  • Ja. Zo nodig worden externe deskundigen geraadpleegd om kennis van betreffende culturele achtergrond te verkrijgen.