Speciale onderzoeken

Een aantal rapportagevarianten vragen specifieke expertise van de rapporteur.

In deze onderzoeken wil de opdrachtgever (deels) afwijkende vragen beantwoord zien. Er wordt een aparte vraagstelling gehanteerd.

Om de kennis en deskundigheid rondom deze onderzoeken te borgen, worden deze onderzoeken bemiddeld door de ambulante NIFP dienst Midden-Nederland en door het Pieter Baan Centrum (voor de Forensisch Medisch Onderzoek Asiel onderzoeken).

Voorbeelden van deze speciale onderzoeken zijn:

  • Onderzoeken in het kader van Forensisch Medisch Onderzoek Asiel (FMOA). Het FMOA vindt plaats in opdracht van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND), in samenwerking met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het onafhankelijke onderzoek wordt door de IND als medisch steunbewijs gebruikt bij beslissingen over asielaanvragen.
  • Onderzoeken bij verdachten van extremisme en terrorisme: voor het inschatten van de kans op extremistisch geweld wordt het risicoanalyse-instrument VERA-2R ingezet.
  • Post mortem onderzoeken: onderzoeken waarbij de te onderzoeken persoon is overleden.
  • GratiĂ«ringsonderzoeken. Dit houdt in het beantwoorden van vragen in verband met een verzoek om gratie. De vragen zien op diagnostiek en risicotaxatie.
  • Onderzoeken in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.
  • Betrouwbaarheids- en slachtofferonderzoeken.
  • Overleveringsverzoeken: vragen met het oog op een mogelijke overlevering van een verdachte aan een ander land dat is aangesloten bij de EU.
  • Uitleveringsonderzoeken. Dit zijn onderzoeken in verband met een mogelijke uitlevering aan een niet EU-land dat verzoekt om een persoon uit te leveren in verband met een strafzaak. De vragen zien op diagnostiek en noodzakelijke zorg en behandeling.
  • Ambulante dubbelrapportage over levenslang gestraften na onherroepelijk worden van het vonnis. Volgens het nieuwe beleid van het ministerie van Justitie en Veiligheid worden van alle levenslang gestraften na het onherroepelijk worden van de uitspraak rapportages opgemaakt. De rapportage kan gezien worden als een nulmeting: er wordt gevraagd naar diagnostiek en mogelijke interventies binnen detentie om het recidivegevaar zoveel mogelijk te beperken.