Invloed oxytocine op sociaal-emotioneel gedrag mannelijke tbs-gestelden met hoge mate van psychopathie

Empathie houdt verband met prosociaal gedrag, terwijl een gebrek aan empathie samenhangt met agressie en antisocialiteit.

Er zijn goede wetenschappelijke gronden om psychopathie een empathiestoornis te noemen. De vraag is of je empathie kunt verbeteren. Op dit moment leveren gedragstherapieën weinig op. Daarom is de focus nu gericht op hormonale stimulansen, die wellicht kunnen worden ingezet in combinatie met andere interventies.

In het kader van een wetenschappelijk onderzoek naar beïnvloeding van sociaal-emotioneel gedrag bij mannelijke tbs-patiënten met een hoge mate van psychopathie wordt de veranderlijkheid van emotieherkenning en empathische processen getoetst. Daartoe wordt in een zogenoemd dubbelblind onderzoek op twee onderzoeksdagen placebo dan wel oxytocine per neusspray toegediend. Hierna worden lichamelijke metingen verricht aan oogkijkbewegingen, gelaatsspieren, hartslag en hormoonniveaus in speeksel en verder worden computertaken afgenomen.

Oxytocine (ook wel bekend als ‘knuffelhormoon’) is een door de hersens geproduceerd neuropeptide dat aandacht voor sociale stimuli en daarmee prosociaal gedrag verhoogt. De onderzoekshypothese is dat toediening van oxytocine aan psychopaten de herkenning van emoties vergroot en daarmee het empathisch functioneren verbetert.

In 2017 is het beoogde aantal proefpersonen behaald en zijn de eerste resultaten bekend geworden. Op grond van die resultaten is besloten een controlegroep te gaan meten van personeel in een detentie-omgeving. Met behulp van vragenlijsten kon worden gesteld dat de controlegroepsleden niet voldoen aan de criteria van psychopathie. Zij ondergingen dezelfde testprocedure als de tbs-gestelden, overigens zonder dat zij oxytocine kregen toegediend. De laatste controlepersoon is inmiddels gemeten. Het onderzoek is in dit opzicht afgesloten. De eerste statische analyses worden nu verricht.

Dit basaal-wetenschappelijk onderzoek zou vérstrekkende gevolgen kunnen hebben voor eventuele therapieën in de tbs-klinieken, bijvoorbeeld als toevoeging van psychotherapie.

Geschatte looptijd: 2016 - 2020
Onderzoeker: Ronald Rijnders
Samenwerkingspartner: professor Jack van Honk (Universiteit Utrecht)