Toegevoegde waarde MMPI-2-RF in forensische setting

De Minnesota Multiphasic Personality Inventory-2 (MMPI-2) is een van de meest gebruikte psychodiagnostische instrumenten om na te gaan in hoeverre er sprake is van psychopathologie en persoonlijkheidsproblematiek.

De MMPI-2 meet psychopathologie en persoonlijkheidsproblematiek aan de hand van een zelfrapportage vragenlijst bestaande uit 567 items. Een zelfrapportage vragenlijst die vanuit diagnostisch oogpunt wordt ingezet, blijkt echter een heet hangijzer binnen het forensisch psychiatrische veld.

Verdachten/ veroordeelden hebben natuurlijk belang bij een zo gunstige mogelijke uitkomst van een dergelijk instrument, aangezien deze mede bepalend kan zijn voor straf- en maatregeladvies aan de rechter, laat staan voor besluiten die gevolgen kunnen hebben voor iemands’ verlof, of beëindiging van een strafrechtelijke maatregel.

Dit kan betekenen dat zelfrapportage geen betrouwbare uitkomsten biedt bij verdachten of veroordeelden die de uitkomst van een onderzoek willen sturen. Voortbordurend op deze hypotheses heeft Spaans et al. (2008) reeds aangetoond dat de MMPI-2 weinig differentiatie biedt als het gaat om psychopathologie en persoonlijkheidspathologie bij mannelijke verdachten.

Sinds 2008 is er een ‘herontwikkelde’ versie van de MMPI-2 beschikbaar, de zogeheten MMPI-2 Restructured Form (RF) welke bestaat uit 338 items. Het onderzoek richt zich op de verschillende validiteitsaspecten van deze ‘nieuw’ geconstrueerde MMPI-2-RF binnen de forensische setting. Hierbij wordt gekeken naar de uitkomsten van de forensische populatie (Vlaamse gevangenen, veroordeelden in TBS en verdachten in Nederland) ten opzichte van cliënten in ambulante en verplichte GGZ. Er wordt onder andere gekeken naar het vermogen van de Restructured Clinical (RC) scales , zoals demoralization en antisocial behaviour, om te differentiëren tussen groepen en tenslotte, binnen de forensisch psychiatrische populatie, de voorspellende waarde van RC schalen bij specifieke delictcategorieën.

Looptijd: 2017-2018
Onderzoekers: Maaike Kempes, Marjolein Tien
Samenwerking: Jos Egger (Radboud Universiteit / Donders Instituut ), Paul van der Heijden (Radboud Universiteit / Donders Instituut / Reinier van Arkel Groep)